Gedicht Jaren van weleer

1173753_628441170520891_2071843870_n

De Jaren van Weleer

 

Wat heb ik veel genoten, van de jaren van weleer,

Mijn kinderen nog klein en onbevangen deden mij geen zeer.

Wat waren ze welkom, ik hou van allebei,

Een jongen en een meisje, meer wensen had ik niet

Wat heb ik toen genoten, hun lach of klein verdriet,

Er waren zo veel lieve dingen, vergeten kan ik ze niet.

 

Hun jeugd zo mooi,  zo zorgeloos en blij,

Alles was veilig, want mama was nabij,

Ik heb ze heel veel gegeven, ze wonen in  mijn hart,

Mijn liefde was oneindig, ik gaf ze alles wat ik had,

De jaren gingen verder en ouder werden zij,

De zorgen werden groter, toch bleef ik aan hun zij,

En nu, na al die jaren zijn zij van mij vervreemd,

Hun woorden werden harder, hun liefde die verdween.

 

Helaas………..vergeten zijn die mooie dingen en de fijne tijd,

Ze komen nog maar zelden, zij hebben nooit meer tijd.

Als ze dan eens komen, is er zoveel verwijt,

Ik weet niets meer te zeggen, ik ben ze beiden kwijt!

Ik heb ze veel gegeven, in de jaren van weleer.

Mijn kinderen werden groter en doen mij nu zo zeer!!!

 

Zij kijken mij niet meer aan,  

Zien mij niet meer staan

Zo is ondertussen heel veel tijd  verloren gegaan
Maar ik blijf hopen met heel mijn hart
Dat zij samen blijven en niet ieder apart


Dat beide gelukkig zijn in hun keuze
Dat is uiteindelijk altijd geweest mijn leuze
Dus toch een klein troostje voor mij
Al ben ik er niet meer bij